Collectief pensioen: debetboeking wordt creditboeking

18 mei, geplaatst in Business Cases

Een werkgever, een relatie van ons, met een collectieve pensioenregeling kreeg een nota van € 320.000 van de verzekeraar omdat het contract afliep. Deze hebben we terug weten te brengen tot een creditboeking van ruim € 70.000.

Deze werkgever had vanaf 1977 zijn gedispenseerde collectieve pensioenregeling volledig ondergebracht bij een verzekeraar. Begin 2000 verviel de dispensatie gedeeltelijk. Vanaf dat moment werd het pensioen voor de werknemers opgebouwd bij het bedrijfstakpensioenfonds (hierna ‘BPF’) tot een bepaald maximum salaris. De pensioenopbouw boven het maximum salaris (excedentpensioen) werd voortgezet bij de verzekeraar.

Het collectieve pensioencontract met de verzekeraar liep af op 31 december 2006. In 2006 werd besloten, mede op basis van ons advies, om nu ook het excedentpensioen onder te brengen bij het BPF. Dit was mogelijk omdat inmiddels het excedentpensioen ook bij het BPF ondergebracht kon worden.

De verzekeraar stelde op basis van haar administratie vast welke premievrije pensioenaanspraken de werknemers bij beëindiging van het contract zouden meekrijgen. De rekening daarvan was volgens de verzekeraar ca. € 320.000. De jaarpremie bedroeg de laatste jaren ca. € 60.000. Deze verhouding leek ons niet logisch, alleen om de reden dat, zeker in dit geval, aanspraken jaarlijks tijdsevenredig afgefinancierd moeten zijn. Daarop hebben wij de premievrije pensioenaanspraken gecontroleerd.

Het bleek dat de verzekeraar haar berekeningen o.a. baseerde op oude vastgelegde pensioenaanspraken waarvan niet meer te achterhalen viel hoe die destijds berekend waren. Ook de berekeningsmethodiek om de premievrije pensioenaanspraken te berekenen klopte niet helemaal met wat daarover beschreven stond in het pensioenreglement.

Uiteindelijk hebben we samen met de verzekeraar de berekening van de pensioenaanspraken geldend vanaf 1976 aan de hand van de opvolgende pensioenreglementen en addenda van de afgelopen jaren opnieuw gemaakt. Daardoor bleek een aantal werknemers teveel pensioen te hebben opgebouwd, terwijl ander werknemers te weinig pensioen hadden opgebouwd. Na correctie van de premievrije aanspraken bleek onze relatie i.p.v. ca. € 320.000 te moeten betalen een bedrag van ca. € 70.000 terug te ontvangen.