DGA maakt zich weinig zorgen om pensioen. Ten onrechte?

15 oktober, geplaatst in Accountant / Fiscalist / Advocaat / Notaris / HR Adviseur, Ondernemer / DGA

Of het nu gaat om overlijdensrisico, arbeidsongeschiktheid of pensionering; veel directeuren-grootaandeelhouders (DGA’s) dekken de financiële risico’s lang niet altijd goed af, omdat ze deze laag inschatten. Van de DGA’s vindt 42% de kans op arbeidsongeschiktheid of overlijden zo klein dat ze hier geen maatregelen voor nemen. Hierbij rekenen ze sterk op hun eigen bedrijfsreserves en hun privévermogen. Dat blijkt uit onderzoek van Intomarkt GfK in opdracht van Nationale Nederlanden onder ruim 300 DGA’s. Het motto van veel ondernemers is: ‘Ondernemen is risico nemen’.

Uit zeer recent onderzoek door de Telegraaf blijkt dat driekwart van de ondernemers nauwelijks geïnteresseerd is in het nieuws rond het pensioenakkoord. Ondernemers kregen de stelling voorgeschoteld: ‘Het pensioenakkoord interesseert mij als ondernemer niet’. Van de 465 ondervraagden, beaamt 74 procent de stelling. Ruim de helft daarvan geeft als reden op dat het pensioen in eigen beheer wordt geregeld.

Wat is onderzoek waard?
Onderzoeksresultaten kunnen naar een gewenste uitkomst gestuurd worden door bijvoorbeeld suggestieve vragen te stellen. Of dat in de hierboven aangehaalde onderzoeken is gebeurd, weten we niet. De resultaten komen echter wel sterk overeen met onze eigen ervaringen. Opvallend daar in is dat met name de DGA zich niet ongerust maakt over zijn of haar pensioen, maar op de vraag “hoe hoog is je pensioen?” er een diepe rimpel in het voorhoofd van de DGA verschijnt. Ook de stelling “mijn bedrijf is mijn pensioen” komen we veelvuldig tegen.

De realiteit
Wij zien pensioen slechts als één van de vele mogelijkheden om op de pensioenleeftijd vermogen bij elkaar te sparen. De waarde van de eigen onderneming, eigen woning, tweede woning, erfenis, enz. zijn ook vermogens die pensioeninkomen kunnen genereren.
Het pensioen in eigen beheer (binnen de/een BV) is een onder DGA’s populaire manier van pensioen opbouwen.  Daarmee is het de bedoeling dat de BV t.z.t. het pensioen gaat uitkeren. Voorwaarde is uiteraard wel dat er voldoende geld in de BV aanwezig is, op het moment dat het pensioen moet ingaan. De huidige realiteit zoals we die regelmatig tegenkomen, is dat het vermogen van de BV echter niet toereikend is. Het vermogen is in de meeste gevallen al lager dan de fiscale pensioenvoorziening en derhalve veel meer lager dan de commerciële voorziening. De DGA komt dan te laat tot de conclusie dat de beoogde pensioenuitkering maar bijvoorbeeld gedurende vijf jaar uitgekeerd kan worden.

Gewenste oplossingen
Een oplossing die de DGA wel voorstelt, is een lager pensioen laten uitkeren. Fiscaal gezien stuit deze oplossing echter op problemen. Het betekent feitelijk afzien van een deel van het pensioen. Daarmee wordt de pensioenregeling onzuiver, vervalt de zgn. omkeerregel en gaat de waarde van de pensioenaanspraak een rondje maken via VpB, LB en revisierente.
Een andere oplossing kan zijn om de rendementen van het voor het pensioen  bestemde vermogen te laten excelleren. In de huidige economische situatie is dat een hele uitdaging.
Afzien van (een deel van) het pensioen kan alleen in die situaties waarin het vanwege dringende maatschappelijke redenen niet voor verwezelijking vatbaar is: faillissement, surceance van betaling, schuldsanering.

Zelf de regie houden, eerder ingrijpen
Nu al blijkt vaak dat de pensioenvoorziening in eigen beheer hoger is dan de huidige waarde van de BV. Het dan blijven doteren aan de pensioenvoorziening drukt uiteraard de te betalen VpB, maar is uitstel van het pensioenprobleem. Wellicht is het verstandiger om te stoppen met verdere pensioenopbouw. Daarmee wordt dan een kleiner deel van het vermogen in de BV als pensioenvermogen beklemd.
Een ander alternatief kan zijn om over te stappen van de eindloon- of middelloonregeling naar een beschikbare premieregeling. Dat heeft wel wat voeten in de aarde, maar eenmaal geregeld voorkomt dat veel verrassingen op de pensioendatum.
Zelf de regie houden en eerder ingrijpen als dat nodig is, voorkomt vervelende verrassingen. De accountant en/of een financiële planner kunnen daarbij de benodigde hulp bieden.