Dubbele RVU-eindheffing door anti-misbruikbepaling!?

1 juli, geplaatst in Accountant / Fiscalist / Advocaat / Notaris / HR Adviseur, Werkgever

1 juli 2011 – Als een ontslaguitkering wordt aangemerkt als een Regeling voor vervroegde Uitkering (RVU) dan brengt de Belastingdienst een zogenoemde RVU-eindheffing in rekening. Deze RVU-eindheffing was tot 2011 26 % en is nu verhoogd naar 52%. Maar geldt dat ook met terugwerkende kracht?

Een werkgever die tussen 2006 en 2011 een RVU aan een werknemer toekende, kon van de Belastingdienst een eindheffing van 26% tegemoet zien. De werkgever moest deze eindheffing ook betalen als de werknemer gebruik maakte van de stamrechtvrijstelling (gouden handdruk). In art.12.2 en 12.2a Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 staat een bepaling waarmee de Belastingdienst oneigenlijk gebruik van het tariefverschil van voor en na 2011 wil voorkomen. Dit pakt zeer nadelig uit voor werkgevers, werknemers en verzekeraars, omdat de bepaling er op neer komt dat over nog niet ingegane stamrechtuitkeringen een aanvullende eindheffing wordt berekend van 26%. In feite wordt hiermee de eindheffing met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 verhoogd van 26% naar 52%. In een vraag en antwoord heeft de Belastingdienst weergegeven hoe de belanghebbenden de tekst van de bovengenoemde artikelen moeten uitleggen.

Hoge kosten
Zoals wij u hiervoor meldden, bedraagt de eindheffing voor een RVU-uitkering momenteel 52%. Doordat de tekst van de Uitvoeringsregeling 2011 zo is vormgegeven dat in feite een terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 wordt bereikt, gaat de Belastingdienst alsnog 26% heffen over uitkeringen: – uit de inhoudingen op het loon van werknemers voor de VUT-uitkeringen die voor de helft niet tot het loon hebben behoord, en – uit de bijdragen of premies waarop een eindheffing van 26% plaatsvond. Voor een werkgever, werknemer en/of verzekeraar kan dit grote financiële gevolgen hebben. Onderstaand voorbeeld zal dit verduidelijken.

Voorbeeld
Een werknemer heeft in 2008 een ontslagvergoeding ontvangen van € 250.000. Hij zet de ontslagvergoeding om in een stamrecht (gouden handdruk). Daaruit ontvangt hij gedurende zes jaar een uitkering van € 50.000. Dit is totaal € 300.000. De Belastingdienst merkt de ontslagvergoeding aan als een RVU. De werkgever betaalde 26% eindheffing over € 250.000. Tot en met vorig jaar werd bij de verzekeraar 26% over het saldo van de uitkeringen dat de € 250.000 te boven gaat in rekening gebracht. In dit voorbeeld is dat26% van € 50.000.

Echter, door de tekst in het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 2011 wordt de eindheffing nu geheven over € 175.000. De stelling van de Belastingdienst is dat 52% heffing moet plaatsvinden over € 250.000. Hiervan ís al 26% betaald. Er dient dus nog een aanvullende heffing van 26% over € 250.000 plaats te vinden. Je kunt ook redeneren dat over € 125.000 al 52% is betaald. Uitkomst is dat voor de bepaling van het saldo dus nog maar kan worden uitgegaan van de helft van de gestorte koopsom! De Belastingdienst int deze eindheffing bij de verzekeraar omdat die de inhoudingsplichtige is. Afhankelijk van de afspraken die de verzekeraar heeft gemaakt, kan deze de eindheffing wellicht terugvragen bij de werkgever of de werknemer. Wie de heffing ook betaalt, het voelt als niet redelijk aan.

Het vervolg
Verschillende brancheorganisaties hebben als reactie aangegeven deze kwestie aan te kaarten bij de politiek met als doel deze ongewenste extra heffing terug te draaien. Op 16 februari hebben de Kamerleden Groot en Vermeij aan de staatssecretaris van Financiën vragen gesteld over het onbedoeld effect van de wijzigingen in de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011. Staatssecretaris Frank Weekers antwoord vervolgens in een brief van 4 april 2011 aan de Tweede Kamer o.a. het volgende: “Ik heb daarom besloten artikel 12.2a van de URLB 2011 met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2011 zodanig aan te passen dat artikel 12.2a van de URLB 2011 slechts van toepassing is in situaties waarin de inspecteur kan aantonen dat er sprake is van een ongebruikelijke voorfinanciering die samenhangt met de verhoging van het tarief van de VUT-heffing per 1 januari 2011.” Hiermee blijft de extra heffing in principe van toepassing mits de Belastinginspecteur kan aantonen dat er sprake is van misbruik vanwege een ongebruikelijke voorfinanciering.