Innovatief pensioen is geen pensioen

31 juli, geplaatst in Accountant / Fiscalist / Advocaat / Notaris / HR Adviseur, Werkgever, Werknemer / Lid OR

De laatste tijd krijgen we van werkgevers steeds meer de vraag of ze ook kunnen stoppen met de pensioenregeling. Dan antwoorden we altijd “ja hoor”. De mondhoeken van de werkgever beginnen op te krullen, maar een stel rimpels van verwondering volgen er al snel op. “Echt waar?” zo vraagt de werkgever zich dan nogmaals af. “Ja” zeggen we dan en “vanaf wanneer moet dat gebeuren? Zo snel mogelijk?”.

De werkgever die verplicht aangesloten is bij een bedrijfstakpensioenfonds (BPF) heeft hier natuurlijk niets aan, want de meest werknemers in Nederland bouwen hun pensioen op vanwege gedwongen BPF-winkelnering. Dat heeft zo z’n voor- en nadelen, maar ‘moeten’ is niet leuk als het veel geld kost en werkgevers en werknemers zich afvragen wat ze er nu eigenlijk voor terug krijgen. Daarnaast is het pensioen van pensioenfondsen ondanks de goed bedoelde innovaties van het laatste decennium hopeloos verouderd. Tijd voor een nieuw geluid. In dit artikel geven we uit de losse pols een aantal alternatieven voor de traditionele pensioenregeling voor die werkgevers die niet verplicht aangesloten zijn bij en bedrijfstak-, beroeps- of ondernemingspensioenfonds.

Pensioen dat wel pensioen is
Een ouderdomspensioen moet levenslang uitgekeerd worden. Anders is het geen pensioen. Er mag wel eerst meer en daarna minder (of omgekeerd) aan pensioen ontvangen worden, maar nooit meer dan in de verhouding 100 : 75.
We vinden met z’n allen, de gepensioneerden van nu voorop, dat pensioen jaarlijks geïndexeerd moet worden om de koopkracht bij te houden. Dat moeten we vooral zo houden, want een gemiddelde 100-jarige geeft veel meer uit dan een vitale 70-er. Als 100-jarige heb je immers minimaal een snelle Bugatti Veyron van een miljoen euro nodig om je reactievermogen op peil te houden. Een 70-jarige hoeft dat niet. Die kan wel toe met een derdehandse Toyota Prius Hybride van achthonderd euro.
Dan het partnerpensioen. Dat is qua kring van gerechtigden sterk gemoderniseerd want bijna iedereen kan onder het begrip partner vallen. Partnerpensioen is ook echt pensioen. De partner krijgt het pensioen namelijk direct na overlijden van de werknemer. Dat is wel zo handig, want er valt immers een inkomen weg. Maar wat als die partner met partnerpensioen weer een nieuwe partner krijgt, met inkomen en met een pensioenregeling? Of de partner die zelf voldoende inkomen heeft en door het overlijden van de werknemer de hypotheeklasten grotendeels ziet verdwijnen? “Rattegifdekking” zeggen we wel eens. Vertel je partner niet hoe goed het partnerpensioen geregeld is! Hoe beter, des te gevaarlijker. Laat je partner zelf het eten voorproeven voordat je er zelf aan begint. Maar partnerpensioen kan ook de bijstand subsidiëren. Dat is dan dubbel betalen en enkel ontvangen.

Pensioen: one size fits all
Pensioen is één van de vele mogelijkheden om inkomen na de eigen de arbeidzame periode of na het overlijden de nabestaanden van inkomen te voorzien. Pensioen is echter niet afgestemd op wat aan vervangend inkomen nodig is, maar wat het pensioenfonds en/of de werkgever geregeld heeft. Zo betalen werkgever en werknemer honderden euro’s per maand aan pensioenpremie voor een pensioenregeling die maar voor de helft past. Vergelijk het met een paar exclusieve Amedeo Testoni schoenen van vierduizend euro. De rechterschoen in maat 36 en de linkerschoen in maat 54, terwijl jezelf maat 44 hebt.

Pensioeninnovatie: pensioen dat geen pensioen is
Vervangend inkomen dat op de behoefte is afgestemd moet in de basis vrij beschikbaar zijn. Het ‘pensioen’geld moet nu maar moet ook later aangesproken kunnen worden, in delen, ineens of een combinatie ervan. Het ‘pensioen’geld kan nodig zijn om dure leningen of een hypotheek direct mee af te lossen. En ingeval de partner het partner’pensioen’ niet direct nodig heeft, moet dit flexibel uitgesteld naar en toegevoegd kunnen worden aan het eigen pensioen.
De financiering van ‘pensioen’ kan door werknemers een vergoeding te geven. Met die vergoeding boven op het salaris kan de werknemer zelf sparen voor een vermogen voor later of eerder bij bijvoorbeeld werkloosheid, verlof, enz. Nabestaanden kunnen behoefte hebben aan een netto bedrag ineens van bijvoorbeeld twee- of driemaal het bruto jaarsalaris.
Met deze vormen neemt het ‘pensioen’bewustzijn van de werknemer ook toe. ‘Pensioen is dan immers gemakkelijk te begrijpen, dagelijks inzichtelijk en flexibel te besteden.
‘Pensioen’ in de zin van vervangend vervoer voor de nabestaanden omdat de auto van de zaak niet meer beschikbaar is. Of pensioen tot je 80-ste en daarna je huis ‘opeten’ i.p.v. via erfbelasting voor de staat aan je kinderen doorschuiven. Omdat het pensioen dan tijdelijk is, keert de pensioenuitvoerder meer uit dan wanneer deze het pensioen levenslang moet uitkeren. En met een hypotheekvrij huis na je dood blijven zitten? Daar heb je toch niet voor gewerkt en gespaard? Maar helaas, al deze ‘pensioen’vormen zijn volgens de huidige wet- en regelgeving geen pensioen. Innovatief pensioen is dus geen pensioen.

Vrijheid, blijheid?

Flexibiliteit en bestedingsvrijheid willen we allemaal wel. Maar kan de gemiddelde, zo die bestaat, pensioenopbouwende werknemer daar wel mee omgaan? Nee! Neem alleen maar de reeks van ‘missers’ die zijn ontstaan nadat particulieren zelf gingen beleggen, lening op lening gingen stapelen en de hypotheek konden krijgen op basis van salarisgroei. Het zijn sterke schouders die de weelde kunnen dragen. Stel de werknemer heeft al honderdduizend euro voor z’n oudedag gespaard, maar die nieuwe auto van veertigduizend euro toch wel heel graag wil aanschaffen. Het geld is er, dus waarom niet? De buurman heeft immers ook een dikke auto? Dat is een domme gedachte, want karakter is wie je bent als niemand kijkt. Dus wie houdt wie nu voor de gek?

Vrijheid, blijheid gaat bij financiële planning voor de lange termijn niet op. Wij zijn van mening dat werknemers tegen zichzelf beschermd moeten worden. Maar niet door een betuttelende overheid die vanwege fiscale angsthazerij ons pensioenstelsel in een financiële dwangbuis heeft weten te veranderen.

Het evenwicht
Voor pensioen geldt nu de zogenaamde omkeerregel: de premies zijn aftrekbaar, de waarde van het pensioen (de toekomstige uitkeringen) zijn geen belastbaar vermogen en over het pensioen hoeft pas belasting betaald te worden zodra het gaat uitkeren. Pensioen is dus bruto geld en dat maakt het samen met andere wettelijke beperkingen zo flexibel als
beton. Het evenwicht tussen vrijheid van besteding, fiscale knelpunten en
vermogensopbouw zit ‘m wat ons betreft in een nieuw op te richten box 4. De ‘pensioen’rekening valt in deze box. De werknemer en werkgever storten er geld op via het netto salaris en de werknemer kan vervolgens begeleid door een ‘pensioen’deskundige keuzes maken waarvoor het geld besteed moet worden. De enige restrictie zou kunnen zijn dat er van elke euro in box 4 minimaal 70% voor de oudedag moet blijven staan. Lees ook ons artikel over het box 4-pensioen.

Zolang die box 4 er nog niet is, zijn er andere mogelijkheden waarvan we een aantal in dit artikel de revue hebben laten passeren.