Ons nieuwe pensioenstelsel – deel 2: de gevolgen

8 maart, geplaatst in Accountant / Fiscalist / Advocaat / Notaris / HR Adviseur, Werkgever, Werknemer / Lid OR

2019, 8 maart – “Verandering is de wet van het leven. En degenen die alleen kijken naar het verleden of het heden zullen zeker de toekomst missen.” (John F. Kennedy) Dat geldt ook voor ons pensioenstelsel. In de tijd dat pensioenfondsen opkwamen, was het pensioen goed geregeld. De tijden zijn veranderd. Pensioen-fondsen zullen moeten mee veranderen. Ons gezamenlijke appeltje voor de dorst staat onder druk. Dat levert barsten op, die ondertussen al goed zichtbaar zijn en steeds groter worden.

Verandering van ons pensioenstelsel is dus noodzakelijk, maar hoe dan? Hoe moet ons nieuwe pensioenstelsel eruit komen te zien? In dit artikel beschrijven we een aantal gevolgen van de overgang naar ons nieuwe pensioenstelsel.

Einde van de doorsneepremie
In het vorige artikel Ons nieuwe pensioenstelsel – deel 1 beschreven we hoe de doorsnee premie werkt. Het gevolg is dat jongere werknemers met dezelfde euro premie meer pensioen opbouwen dan de oudere collega. Dat vindt die jonge werknemer prima, maar die oude niet. Werknemers vanaf ongeveer 45 jaar zullen op de één of andere manier gecompenseerd willen worden. Dat vergt nog stevige onderhandelingen.

Bijdrage werkgever onafhankelijk van leeftijd
Bij een deel van de pensioenregelingen is de bijdrage van de werkgever afhankelijk van de leeftijd. Bijvoorbeeld hoe ouder de werknemer, des te hoger de bijdrage van de werkgever. Dat mag straks niet meer. Kort door de bocht geredeneerd, komt het erop neer dat de jongere werknemer meer en de oudere werknemer minder netto salaris krijgt.

Pensioen is uitgesteld salaris
Hiervoor lazen we dat de oudere werknemer in het nieuwe pensioenstelsel slechter af is dan de jongere. Pensioen is een arbeidsvoorwaarde en heeft ook waarde in euro’s. Salaris en pensioen kun je bij elkaar optellen. Salaris is wat je direct krijgt en pensioen wat je straks krijgt. Uitgesteld salaris dus. Jongeren gaan er in ons nieuwe pensioenstelsel op vooruit; ouderen er op achteruit. De oudere werknemer zal hiervoor gecompenseerd willen worden. De werkgever is dan in feite dubbel geld kwijt. Via de pensioenregeling aan de jongere en via compensatie van salaris aan de oudere.

Eerst veel, later minder pensioenopbouw
In ons vorige artikel Ons nieuwe pensioenstelsel – deel 1 schreven we dat het straks niet meer afhankelijk is van de leeftijd van de werknemer, hoe hoog de pensioenpremie is. Bij gelijke salarissen maar verschillende leeftijden is de pensioenpremie dus toch hetzelfde. Met de gelijke premie bouwt de jongere werknemer echter meer pensioen op dan de oudere collega. Die pensioenpremie van die jongere collega kan immers nog veel langer rendement maken. Het gevolg is dat de pensioenopbouw niet meer gelijkmatig over de jaren verdeeld is.

Wetgeving moet aangepast
Pensioen ligt nogal stevig verankerd in wetgeving. Als het pensioenstelsel gaat veranderen, dan zal er ook veel in de wetgeving veranderd moeten worden. Dat heeft tijd nodig.

Er zal ook wetgeving bijkomen. De overgang van het oude naar ons nieuwe pensioenstelsel moet immers ook goed geregeld worden. Omdat het nieuwe pensioenstelsel zo verschilt van het oude, kunnen we niet even van het ene op het andere moment de knop omzetten.

Een knuppel in het hoenderhok
De invoering van een nieuw pensioenstelsel levert nogal wat veranderingen dus weerstand op. Niemand wil er op achteruit gaan en de werkgever wil zijn loonkosten niet zien stijgen. Een zeer complex probleem dus, maar werkgevers en werknemers bleken er bijna uit te komen, samen met de overheid. En toen kwamen opeens de vakbonden met de FNV voorop, dat de AOW-leeftijd en pensioenleeftijd weer op 66 jaar moet komen. Hup, de knuppel in het hoenderhok. Weg pensioenakkoord.

In 1957 stelde wijlen Willem Drees de AOW-leeftijd op 65 jaar. Gemiddeld leefden AOW-ers toen nog tien jaar. Willem Drees waarschuwde toen al, dat als we allemaal met elkaar gemiddeld ouder worden, de AOW-leeftijd omhoog moet. Anno 2019 leven we gemiddeld meer dan 15 jaar gerekend vanaf de oude AOW-leeftijd van 65 jaar. Meer dan vijf jaar langer dus dan in Drees zijn tijd. Daarbij komt dat er steeds minder werkenden de AOW van steeds meer AOW-ers moeten ophoesten. En de vakbonden willen de AOW-leeftijd weer terugdraaien naar 66 jaar. Dat heeft niets met gezond verstand te maken. Waarmee wel, dat mag u zelf bedenken.

Ons volgende artikel in de reeks van ons nieuwe pensioenstelsel gaat over oplossingen die nodig zijn om iedereen zoveel mogelijk tevreden te maken en houden.