Vernieuwd besluit premieovereenkomsten

4 maart, geplaatst in Accountant / Fiscalist / Advocaat / Notaris / HR Adviseur, Werkgever, Werknemer / Lid OR

Op 30 december 2014 publiceerde de staatssecretaris van Financiën het vernieuwde besluit beschikbare premieregelingen, premie- en kapitaal-overeenkomsten en nettopensioenregelingen. Het besluit is in werking getreden op 1 januari 2015.

Actualisering besluit
Het besluit is een actualisering van het besluit uit 2013 en is uitgebreid met de mogelijkheid om ‘netto pensioen’ te sparen. Het verduidelijkt de fiscale regels voor beschikbare premieregelingen en kapitaalovereenkomsten. Net als de besluiten uit 2009 en 2013 bevat dit besluit “netto-staffels”. De opslag voor kosten en premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid zijn niet opgenomen in deze staffels.

Het fiscale kader voor premie- en kapitaalovereenkomsten is in dit vernieuwde besluit uitgewerkt op basis van ‘Witteveen 2015’. Formeel betreft het de Wet verlaging maximumopbouw- en premiepercentages pensioen en maximering pensioengevend inkomen, de wijziging van die wet en het Belastingplan 2014. Het gaat uit van een pensioenopbouw gebaseerd op een bereikbaar pensioen van 75% van het gemiddelde loon in 40 dienstjaren, waarbij in 2014 nog werd uitgegaan van 37 dienstjaren. Vanaf 2015 wordt het pensioengevend loon gemaximeerd op € 100.000,-. De in het besluit opgenomen tabellen zijn daaraan – voor zover nodig – aangepast.

Bijlagen in het besluit
Het besluit bevat, net als het oude, verschillende bijlagen.

1. Bijlage I bevat drie tabellen met premiestaffels voor beschikbare premies voor opbouw van ouderdoms- en eventueel partnerpensioen ter grootte van circa 70% van het ouderdomspensioen.

2. Bijlage II geeft voorwaarden voor kapitaalovereenkomsten.

3. Bijlage III bevat voorwaarden voor premieovereenkomsten waarbij de premie direct verplicht wordt omgezet in een aanspraak op een uitkering.

4. Bijlage IV bevat drie tabellen op basis van 3% rekenrente. Deze tabellen zijn voor premieovereenkomsten die gericht zijn op een fiscaal maximaal middelloonpensioen. Hieraan worden extra voorwaarden en toetsmomenten op fiscale bovenmatigheid gesteld.

5. Bijlage V geeft voorwaarden voor premieovereenkomsten op basis van de kostprijs van een fiscaal maximaal middelloonpensioen.

6. Bijlage VI beschrijft de voorwaarden voor pensioenregelingen met uitkeringen in beleggingseenheden.

7. Bijlage VII bevat voorwaarden en twee tabellen voor het nettopensioen. Tabel 1 geeft een premiestaffel op basis van 4%. Tabel 2 geeft een premiestaffel op basis van 3% rekenrente.

Onze opmerking
De bijlage voor de netto pensioenregeling was al gepubliceerd door de belastingdienst op 22 oktober 2014. Voor het nettopensioen op basis van 3% rekenrente gelden dezelfde voorwaarden als die voor premieovereenkomsten op basis van 3% rekenrente inclusief een uitkeringsbegrenzing. Met dien verstande dat de toetsing plaatsvindt op basis van het loon vermenigvuldigd met de nettofactor.