DGA en schuld aan BV

5 maart 2020 | Alle artikelen

De rekening van de DGA en die van de BV zijn nogal eens communicerende vaten. Zo kan bij de DGA een schuld aan de BV ontstaan. Op 9 januari 2020 deed de Rechtbank Den Haag uitspraak. Er was sprake van een dividenduitkering. De DGA moest dus belasting gaan betalen.

De DGA heeft een behoorlijke rekening-courantschuld bij zijn BV. In 2104 nam deze toe met € 113.979. De inspecteur van de Belastingdienst vindt dat deze toename een nettodividend-uitdeling is. Daarom legt hij een naheffingsaanslag dividendbelasting aan de BV op.

De inspecteur krijgt gelijk 

De inspecteur is van mening dat de DGA deze schuld aan de BV niet terug kan betalen. De DGA en de BV hadden dat ook kunnen weten. Maar de DGA denkt daar anders over. De rechtbank stelt de inspecteur echter (deels) in het gelijk (ECLI:NL:RBDHA:2020:1028).

De toename van de rekening-courantschuld is voor een deel gedekt door de waarde van een stuk grond ter grootte van € 45.000. De winstuitdeling wordt zo bepaald op € 113.979 – € 45.000 = € 68.979.

Pensioen niet in gevaar

De BV houdt zich bezig met het beheren van vermogen waaronder pensioenvermogen. De BV is dan de pensioenuitvoerder en betaalt de pensioenuitkeringen. Daarvoor moet de BV voldoende vermogen hebben. Dat was in de situatie van de BV hierboven gelukkig wel het geval. Ook nadat de dividenduitdeling door de rechtbank was vastgesteld. Het pensioen was dus niet in gevaar.

Pensioen wel in gevaar

Als de DGA pensioen van de BV moet ontvangen, dan moet de BV voldoende vermogen hebben. Dat vermogen wordt bepaald door de commerciële waarde van de pensioenuitkeringen te berekenen. Als  de DGA geld voor zichzelf uit de BV haalt, dan kan het vermogen van de BV onder die commerciële waarde komen. Dan zou de BV niet meer in staat zijn om de pensioenen levenslang uit te keren. De pensioenverplichting is dan gedeeltelijk verdwenen. In vaktermen heet dan dat het pensioen gedeeltelijk is afgekocht. Zie ook dit bericht.

Vaak wordt dan bepaald dat het hele pensioen is afgekocht. dan moet de DGA progressief belasting betalen over de commerciële waarde van het pensioen. Daar telt de Belastingdienst dan ook nog eens 20% revisierente bij op (Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30i). En verder kan er dan nog maximaal 100% boete bij op komen.

Rekenvoorbeeld

Stel de pensioenuitkering is per jaar € 25.000 en de commerciële waarde daarvan € 500.000. Ingeval van afkoop moet de DGA hier dan maximaal 49,5% loonbelasting over afrekenen + 20% revisierente + een boete van 100%. Opgeteld is dat maximaal € 595.000.

In de BV valt de fiscale voorziening vrij. Stel die bedraagt € 250.000. Daarover moet dan maximaal 16,5 tot 22,55% vennootschapsbelasting over worden betaald. Zo wordt privé geld opnemen van de BV wel een heel duur grapje. Het pensioen en vermogen gaat in rook op.

Tip: laat  de commerciële waarde van het pensioen eerst berekenen voordat je als DGA extra geld uit de BV opneemt. Neem dan contact met ons op.

© 2004 - 2020 - Mollema Pensioen Consultancy.
Ontwikkeld door Convident